Post
     

10 gouden tips voor het schrijven en insturen van een manuscript



Een van de grootste (en leukste!) taken hier op kantoor is het lezen van alle manuscripten die jullie naar ons opsturen. We zijn namelijk altijd op zoek naar nieuwe mooie boeken en nieuw Nederlands of Vlaams talent. Prentenboeken, jeugdboeken, YA-boeken, illustraties… Alles komt terecht op een stapel die wij de ‘slush pile’ noemen. Aan de grootte ervan is al goed te zien hoeveel ambitieuze schrijvers er in ons kleine landje zijn. Dus hoe valt jóúw verhaal nou op in deze grote slush pile? Lees snel verder voor een paar handige tips!

Tip 1:
Vermeld altijd al je gegevens! Dat klinkt misschien nogal vanzelfsprekend, maar soms krijgen we manuscripten zonder e-mailadres, of zelfs zonder naam. Ja, echt waar! Bij Moon sturen we bevestigingen van het ontvangen én lezen van een manuscript per e-mail, dus dat is het allerbelangrijkste om bij je manuscript te vermelden.

 

Tip 2:
Schrijf kort iets over jezelf en je verhaal. Het is fijn om te weten wie het gezicht achter het verhaal is. Ook is het slim om een synopsis mee te sturen, zodat wij snel kunnen zien waar je verhaal over gaat en eventueel wat je er verder mee wilt als het nog niet helemaal af is. Maar… we willen natuurlijk overtuigd worden door het verhaal zelf, niet door een beschrijving ervan, dus besteed hier niet al te veel woorden aan, wees kort en bondig (één A4’tje is écht genoeg). wink

 

Tip 3:
Ben je nog niet helemaal zeker over je verhaal? Stuur dan een deel naar ons op, bijvoorbeeld de eerste drie hoofdstukken, met daarbij een korte beschrijving van de rest van het verhaal. Hierbij is het wel belangrijk om ongeveer door te schrijven totdat het verhaal de eerste belangrijke wending krijgt, oftewel, de gebeurtenis die de rest van het verhaal in gang zal zetten.

 

Tip 4:
Zoek een uitgever die past bij (het genre van) jouw verhaal. Het kan erg helpen om eens op de sites van verschillende uitgeverijen te kijken wat voor soort (jeugd)boeken zij recent hebben uitgegeven. Heb je bijvoorbeeld een fantasy-verhaal geschreven maar zie je weinig van dat soort boeken onder een uitgever staan? Dan is het waarschijnlijk een betere zet om een andere uitgever te benaderen. Het slimste is om je manuscript naar meerdere uitgevers op te sturen die jouw genre uitgeven.

 

Tip 5:
De klassieke tip: schrijf een goed begin! Natuurlijk is je eerste zin belangrijk. Maar geen zorgen: we lezen echt wel verder dan dat, hoor. wink Wel is een sterk begin overtuigend. Wanneer is een begin sterk? Als je eerste hoofdstukken sterk zijn, dan roep je genoeg vragen op bij de lezers zodat zij verder willen lezen. Oftewel, het moet ‘pakkend’ zijn. Veel beginnende schrijvers hebben de neiging om in een soort uitlegmodus te gaan in het eerste hoofdstuk, door alles te beschrijven. Probeer dat te voorkomen! Leg júíst niet te veel uit over de wereld en over je personage(s), maar maak het mysterieus of zorg dat het midden in de actie begint. Natuurlijk laat je hier en daar wel wat details los die opvallen, om de wereld te laten leven. Als je dat doet, dan pak je de aandacht van je lezer volledig vast. Met andere woorden, vertel nét genoeg.

 

Tip 6:
Nog een klassieker: show don’t tell. Het is misschien een beetje een tip die je al duizend keer hebt gehoord, maar dat maakt ‘m zeker niet minder waar. Houdt je personage van voetbal? Zeg dan niet letterlijk dat hij of zij van voetbal houdt, maar laat het zien door hem of haar in het verhaal te laten voetballen met veel plezier. Is een bepaald ander personage heel belangrijk voor jouw hoofdpersonage? Laat het merken door zijn of haar acties. Als lezer willen we allemaal overtuigd worden, en houden we er niet van om zomaar aan te nemen wat ons verteld wordt.  

 

Tip 7:
Maak personages herkenbaar. Personages hoeven niet per se goede mensen te zijn, maar als lezer herkennen wij onszelf wel graag in één of meerdere eigenschappen van de hoofdpersoon. Daarnaast is het belangrijk om de bijpersonen óók herkenbaar te maken. Voeg er niet te veel toe, want dan wordt het verwarrend, en geef ze een duidelijke rol in het verhaal. Vraag jezelf af wat deze personen voor invloed hebben op jouw hoofdpersonage en op het verhaal.

 

Tip 8:
Probeer niet te veel in je verhaal te proppen. Heel begrijpelijk: soms heb je nu eenmaal zó veel te vertellen, maar vaak zijn al deze gebeurtenissen niet per se relevant voor je plot. Stel jezelf bij het herschrijven dus de vraag ‘is dit belangrijk voor de rest van het verhaal?’ en wees vervolgens niet bang om te strepen en te schrappen!

 

Tip 9:
Laat je verhaal eerst aan anderen lezen en herschrijf het naar aanleiding van hun tips. Stuur dus niet meteen je verhaal op als je het af hebt, maar laat er iemand met een frisse blik naar kijken. Zo zorg je ervoor dat je de allerbeste versie naar ons opstuurt.

 

Tip 10:
Wees origineel! Zorg ervoor dat je verhaal niet te veel lijkt op je favoriete film, of die gave serie die je net hebt uitgelezen. Schrijf iets wat écht van jou is.

 

De állerbelangrijkste bonustip: wees niet bang en geef niet op! Word je afgewezen? Gewoon lekker door blijven schrijven en probeer het na een tijdje nog eens. Want, hoe meer je schrijft, hoe beter je wordt: je kunt alleen maar meer groeien. wink

Succes! En wie weet zien we jouw manuscript binnenkort wel op ons bureau verschijnen…!