Auteur

Henk van Straten



Mijn naam is Hendrik Anna van Straten, maar de mensen noemen me Henk. Dat bedoelen ze in de meeste gevallen niet spottend of hatelijk; het is gewoon zo gegroeid.
In 1980 werd ik geboren in Delfshaven, Rotterdam, maar woon al sinds mijn zesde in Eindhoven. Een tijd lang overwoog ik naar Amsterdam te verhuizen, omdat het daar allemaal gebeurt, maar toen besloot ik dat niet te doen, omdat het daar allemaal gebeurt.
Ik knuffelde ooit stieren. Ik trainde ooit met een Nederlands kampioen fierljeppen. Ik maakte ooit een halve liter van de drug GHB in mijn huiskamer terwijl mijn vrouw op de bank kwade blikken naar me zat te werpen tijdens het kijken van Grey's Anatomy. Dat soort dingen doe ik voor mijn vaste rubriek 'Van Straten Gaat Vreemd' in de Nieuwe Revu, maar soms ook gewoon omdat het toevallig zo uitkomt.
Ik heb twee zoontjes.
Ik schreef vier romans: Kleine stinkerd, Smet, Salvador en Superlul.
Ik werd genomineerd voor de BNG Nieuwe Literatuur Prijs 2010.
Ik schreef een kinderboek getiteld Alle vissen vonden olifant. (Het is voor jong én oud).
Ik schrijf een column voor het Eindhovens Dagblad.
Ieder boek in mijn boekenkast heeft gebitsafdrukken op de kaft. Dit heeft te maken met het feit dat ik twee handen nodig heb wanneer ik mijn broek open- of dichtknoop voor en na het poepen.
Ik schreef korte verhalen voor o.a. Hollands maandblad.
Samen met Miriam van Ommeren startte ik digitaal cultureel magazine De optimist en was een tijdje co-hoofdredacteur. Tegenwoordig doe ik niet meer mee. Het viel me te zwaar. Gelukkig doet Miriam het heel goed.
Ik schreef en co-regisseerde twee korte films. De komische film, getiteld Bakkie doen?!, won allerlei prijzen binnen tijdens het 48 Hour Film Project. De andere is een dramafilm genaamd Uitgeklokt. Die is nu nog niet online te zien (pas na het Nederlands filmfestival). Ook acteerde ik in mijn eigen promofilmpje, Superlul - the movie, die tegelijk met het boek gepresenteerd zal worden.
Ik geloof niet in God als man op een wolk met een witte baard, maar wel dat er iets is, zeg maar. Maar meer nog geloof ik niet dat niets bestaat.
Soms ga ik in een bokshouding voor de spiegel staan en zeg: 'Can't stop the Henk-train!', maar geloof mezelf dan eigenlijk maar zelden.
Een persistente zweem van melancholie in mijn ogen lijkt tragiek en onheil te voorspellen.
Ik eet geen dieren.
Ik ben te boeken voor feesten en partijen.
In principe ben ik geen DJ.