Een prentenboek over een aandoenlijk brandweerolifantje
Elf brandweerolifanten snurken in hun ledikanten. Opeens klinkt er een hard geluid. Het is de sirene die daar fluit. Ze springen uit hun ledikant. ‘Brand,’ roepen ze, ‘brand!’ Snel glijden ze langs de paal. ALLEMAAL?
Ze scheuren de kazerne uit. De sirene maakt een gillend geluid. ‘Tatuut, tatuut, aan de kant, Tatuut, tatuut, voor de brand. Opzij, opzij, maak plaats, opzij! De brandweerolifanten komen voorbij.’ ALLEMAAL??
Eentje bleef achter in de slaapzaal. Spuit Elf is nog in dromenland, in zijn warme ledikant.
Spuit Elf woont samen met tien brandweerolifanten in de kazerne. Iedere keer dat het alarm in de kazerne afgaat, komt Spuit Elf te laat en is de brandweerauto al vertrokken. De grote brandweerolifanten zijn het zat. Lukt het Spuit Elf om toch een echte brandweerolifant te worden?